Emiel vlieger welkom thuis
Emiels verhaal

Welkom thuis, lieve baby!

Op 21 januari 2021 werd Emiel geboren in de veilige warmte van ons huis. Die warmte kon echter niet voorkomen dat hij een andere start maakte. Meteen na de geboorte werd Emiel gereanimeerd, omdat hij niet zelfstandig kon ademen. Daarna werd hij door de MUG naar AZ Delta gebracht. Daar konden ze hem jammer genoeg niet de juiste zorg bieden en dus werd hij opgenomen in AZ Sint-Jan in Brugge waar men gespecialiseerd is in cases als Emiel. Meteen bij aankomst daar werd er koeltherapie toegepast en startte voor ons een heel onzekere week. Toen we uiteindelijk de uitslag kregen van de NMR stortte onze wereld zowat in. Door het zuurstoftekort tijdens de geboorte had Emiel een zwaar hersenletsel opgelopen. De artsen schatten zijn kansen op een kwalitatief leven zo klein in dat ze een DNR-code (geen reanimatie) in zijn medisch dossier plaatsten. Maar uiteindelijk werd er dan toch naar ontslag toegewerkt. En toen Emiel eindelijk uit een flesje kon drinken, mocht hij naar huis komen!

Lees ook Stress over voedingen

Mama gaat terug naar het ziekenhuis

Het was na een ontspannende wandeling met mijn collega dat ik richting ziekenhuis trok met mijn valies die woensdag. Het was 17 februari, bijna vier weken na mijn bevalling. Die avond zou ik samen met Emiel op een kamer mogen verblijven om stilaan aan hem en een leven met hem te wennen. Als alles goed zou verlopen, kon ik na twee nachten mijn klein ventje meenemen naar huis.

Ik vond het maar spannend toen ze me alleen met hem achterlieten op de kamer. Vanaf nu zou ik het allemaal zelf moeten doen. De flesjes geven, hem verversen, maar ook zijn medicatie toedienen. Ik ben de grootste vergeetkous wanneer het op medicatie voor mezelf aankomt. Ik zag mezelf zo al de medicatie van Emiel vergeten, daarmee een grote ramp creërend.

Langs de andere kant: ik had dit allemaal al een keer gedaan. Hoe moeilijk kon het eigenlijk zijn? Het waren dubbele gevoelens die door me heen gingen die woensdagavond, want ik was zo blij om eindelijk bij mijn kleine baby te mogen slapen.

In het ziekenhuis hielden ze een strak schema aan qua voedingen. Dat zou ik dus ook gaan volgen. Ik zette flink mijn wekker zodat ik de nachtvoeding niet zou overslaan. Ik stond braaf op wanneer Emiel zijn eerste ochtendvoeding moest krijgen.

De vroedvrouw die die ochtend bij mij kwam kijken, merkte op dat ik volgens haar wel klaar was om naar huis te gaan. Ook de neuroloog besloot bij zijn bezoekje dat zowel ik als Emiel klaar waren voor het volgende avontuur: we mochten die donderdag al onmiddellijk naar huis vertrekken.

Huiswaarts!

Daar hadden we niet op gerekend, dus ik moest mijn Lief verwittigen en nog een paar dingen regelen, maar ik was trots als een pauw dat we het ziekenhuis eerder mochten verlaten dan in eerste instantie gezegd. Het voelde als een persoonlijke verwezenlijking dat ik Emiel een dagje eerder mee mocht nemen naar huis.

Nu zou ik gaan genieten van mijn kraamweken, besloot ik. Ik zou me niet laten gek maken door wat mensen dachten. Of door wat ik van mezelf verwachtte. En de lat moest laag, heel laag.

Dat voornemen verdween al meteen als sneeuw voor de zon doordat ik het schema van het ziekenhuis veel te strak wou aanhouden, terwijl ik meer iemand ben die op intuïtie werkt. Amélie kreeg eten als ze honger had, maar bij Emiel liet ik me lijden door schema’s. Dat wrong en huilend belde ik op zondag de vroedvrouw om te vragen of dat schema nu eigenlijk echt wel nodig was. Meteen verzekerde zij me dat ik mijn moedergevoel mocht volgen. Maar die eerste twijfel over de voedingen was een van de vele die zouden volgen.

Emiel was namelijk geen ‘modelbaby’. Bij geen enkele baby krijg je een handleiding, enkel een paar richtlijnen. Maar die richtlijnen golden zelfs niet eens voor Emiel. De eerste weken thuis vielen nog mee. Hij werd wel wakker ’s nachts, maar dat was omdat hij honger had. Hij huilde wel overdag, maar enkel omdat hij bij mij wou zijn. Dus liet ik hem op me slapen of droeg hem bij mij in de draagzak.

Hobbels op de weg

Toen begonnen de eerste bobbels op de weg te komen. Emiel huilde veel, erg veel! Er werd koemelkallergie vastgesteld en toen ik op dieet ging (ik kolfde nog steeds fulltime) werd het huilen al iets beter. Het overgeven werd niet beter, dus dacht men aan reflux. De nodige medicatie werd opgestart en het huilen verminderde weer ietwat. Maar nog steeds had ik regelmatig een ontroostbare baby.

Met die huilende baby probeerde ik boodschappen te doen. Ik probeerde ergens iets van een huishouden te runnen waarbij ik wassen draaide, vouwde en verse maaltijden op tafel bleef toveren. Ik holde van doktersafspraak naar doktersafspraak. En intussen probeerde ik te doen alsof er helemaal niets aan de hand was en ik een ‘normale’ kerngezonde baby had.

Ik mocht blij zijn dat mijn kind nog leefde toch? Dus moest ik niet zagen over de vele zorgen, de angsten die zich opstapelden en de vragen die maar door mijn hoofd bleven spoken. Ik negeerde de vermoeidheid, de signalen van mijn lichaam dat het nu wel genoeg was geweest. Rust nemen kende ik niet. Ik moest doorgaan: voor Emiel, voor Amélie voor mijn gezin.

Hoewel ik mezelf had voorgenomen om mezelf niet gek te laten maken. Om de hoop te houden. Om elke dag weer te zien wat kon en niet. Ondanks dat voornemen, werd ik na een paar weken wakker met de vraag: hoe overleef ik deze dag nu weer?

De avonturen van ons gezin kan je ook volgen via Instagram, zowel op mijn feed als in de stories. Als je dat leuk vindt, kan je mij hier volgen.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *