banner roze wolken
Persoonlijk

Op zoek naar roze wolken #1

Een kindje krijgen is een blijde gebeurtenis. Je kijkt ernaar uit. Je verlangt ernaar om dat kleine wezentje voor het eerst in je armen te hebben. De verwachtingen zijn groot, want je hoort van andere mama’s hoe gelukkig ze waren om hun kind voor het eerst in hun armen te hebben. Van andere mama’s hoor je hoe ze zich koesterden in de warmte van hun baby, hoe ze zweefden op een roze wolk. Maar wat als de realiteit anders is?

Toen ik voor het eerste moeder werd, werd ik al geconfronteerd met hoe anders het kan zijn. Waar ik had verwacht dat ik meteen wel zou weten hoe ik moest moederen, bleek dat helemaal niet het geval. Ik had dagen met roze wolken. Maar omdat de borstvoeding niet helemaal opstartte zonder problemen, had ik ook dagen van pijn en verdriet, veel verdriet.

Bij mijn tweede zwangerschap had ik dus totaal andere verwachtingen. Geen ideeën over euforische momenten of dat ik meteen zou weten wat mijn baby wou. Neen, ik besefte dat we elkaar zouden moeten leren kennen. Tijd zouden moeten nemen voor elkaar en dat de roze wolken misschien even op zich zouden laten wachten.

Wat volgde, was echter helemaal anders dan ik, mijn man of wie dan ook had verwacht… Op 21 januari zag Emiel het levenslicht in de warmte van ons huis. En dat was meteen waar elke verwachting ophield te bestaan.

Een traumatische bevalling

Alles leek zo goed te gaan, die woensdag 20 januari, toen de weeën eindelijk begonnen door te zetten en de vroedvrouw bij ons binnen kwam om mij te begeleiden bij de bevalling. Ons plan was om in het bad te bevallen, maar dat werd het uiteindelijk niet. Emiel werd geboren op de matras in onze living. Er was geen vuiltje aan de lucht toen ik eindelijk in slaagde om zijn hoofdje naar buiten te persen. Het was een lastige bevalling, want Emiels geboortegewicht zat boven de 4 kg en dat is best wat voor zo’n baby. Maar tot het moment dat hij ter wereld kwam, had niemand een moment getwijfeld aan een goede afloop.

Maar toen Emiel uiteindelijk het levenslicht zag, huilde hij niet. In eerste instantie maakte ik daar geen groot probleem van, want niet alle kinderen huilen meteen. Emiel bleef echter muisstil. En toen klonken de woorden: “Geef me de beademingsballon en bel 112.” Dat is waar mijn trauma begint.

Ik geloofde dat ik mijn zoon kwijt was. Achter mij hoorde ik ook hoe mijn man hetzelfde dacht. De reanimatie begon en uiteindelijk slaagden ze erin om Emiel te laten ademen, maar de schrik zat er bij iedereen goed in. Ook bij mij en mijn man.

Tijd om daarvan te herstellen hadden we niet echt. De rollercoaster was nog maar net begonnen. Ons leven werd overgenomen door het ziekenhuis. En dat bleef de komende weken ook zo.

Het verhaal van Emiel is op mijn blog te lezen, het eerste deel lees je onder Het verkeerde lot uit de loterij

Perfectionist in hart en nieren

Het liep niet af zoals wij het graag hadden gezien. Emiel bleek zware hersenschade te hebben door het zuurstoftekort. Hij zal sowieso een matige tot zware beperking hebben, maar niemand kon ons een prognose geven die concreet was. Geen enkele arts durfde er een uitspraak over doen.

Na vier weken ziekenhuis mocht Emiel uiteindelijk naar huis komen en geloofden wij dat we verder konden met ons leven. In een zekere zin wel, maar het zou nooit meer zijn zoals het ooit was of zoals wij het verwacht hadden. Alleen was dat besef totaal nog niet bij ons doorgedrongen. We bleven doen alsof er niets speciaal was gebeurd. We gingen door zoals nooit tevoren en namen geen tijd of ruimte om wat er gebeurd was een plekje te geven.

Ik wilde alles perfect doen: mijn huishouden, moeder zijn, partner zijn, vriendin zijn, … Ik bleef doen alsof er niets aan de hand was. Ik erkende niet dat de bevalling een trauma had veroorzaakt. Maar uiteindelijk eiste dat zijn tol. Ik viel in een diepe put en zag alleen maar zwarte en grijze wolken meer…

Over mijn postnatale depressie schreef ik eerder een blog: Geen roze, maar grijze en zwarte wolken

Vechten, vechten,… en uiteindelijk accepteren

Er was echt een crash voor nodig om mij staande te brengen. Een paar weken heb ik gevochten tegen de zwarte wolken die zich boven mijn hoofd samenpakten. Ik bleef maar doorgaan met mijn huishouden, zorgen voor mijn dochter en mijn zoon. En zelfs na de crash hield mijn gevecht niet op.

Ik kon eigenlijk niet veel meer dan in mijn bed liggen of in de zetel hangen. Dat deed ik dan ook wel, maar ik was daar ontzettend kwaad over. Kwaad omdat ik alleen maar televisie kon kijken. Kwaad omdat ik geen of weinig aandacht meer had voor mijn Amélietje. Kwaad omdat ik er enkel in slaagde om de meest basale verzorging bij Emiel te doen en zo weinig van hem kon genieten. Kwaad omdat ik voelde hoe ik eigenlijk liever had gehad dat mijn zoon er niet was…

Het gevecht ging weken door. Ik kreeg een beetje energie en gebruikte het terug op omdat ik persé een was wou vouwen, de afwas wilde doen of wilde opruimen. En dan crashte ik weer. Mijn lichaam en geest waren op, maar ik bleef er tegenin gaan. De keuze werd vaak van me afgenomen, omdat ik gewoon geen energie had. Maar ik probeerde, en faalde, telkens opnieuw.

Na maanden vechten en geloven dat het wel snel zou beteren, gaf ik het gevecht uiteindelijk op. Ik accepteerde de situatie. Het was nu eenmaal moeilijk met een zoon zoals Emiel. Er waren veel complicaties op ons pad gekomen. Een deel van zijn beperkingen werden duidelijk. Niemand van ons sliep eigenlijk goed, omdat Emiel zo’n slechte nachten had. Was het raar dat ik mentale problemen had gekregen? Dat ik fysiek er compleet door zat? Ik kon eindelijk zeggen dat de bevalling een trauma had achtergelaten. Dat het tijd nodig had om dat te verwerken, tijd om het een plaats te geven. Ik accepteerde dat de afgelopen maanden mij fysiek en mentaal uitgeput hadden. En met die acceptatie kwam eindelijk de rust.

Op zoek naar roze wolken of hoe het nu ècht met me gaat

Ik krijg de vraag wel eens: hoe gaat het nu ècht met je? Het antwoord daarop is niet zo eenvoudig. Ik bewandel het pad naar herstel. Maar dat pad loopt niet in een rechte lijn vooruit. Dat pad loopt ook niet gewoon omhoog. Het pad loopt door dalen en over toppen. Het kronkelt, ligt vol stenen en hindernissen. Soms loop ik in een val en moet ik weer even stilstaan. Soms kom ik langs een berg en geniet van het uitzicht. Dan kijk ik achteruit en besef dat ik al zover ben gekomen.

Dankzij de antidepressiva ben ik erin geslaagd om vrij snel mentaal terug op te krabbelen. Dat betekent wel dat mijn hoofd mijn lichaam regelmatig voorbij zou willen lopen. Ik heb ruimte in mijn hoofd om plannen te maken. Mijn lichaam kan die plannen niet altijd volgen. Ik heb zin en energie om dingen in en rond het huis te doen. De zin blijft, maar de energie is meestal heel snel op. En dan moet ik mezelf tegen houden. Dan moet ik mezelf verplichten om in de zetel te gaan zitten en even niets te doen. Ik wordt nog steeds snel moe en mijn concentratievermogen laat ook vaak te wensen over.

Zo stond ik vorige week ’s morgens op en zag de zon. Ik had zoveel zin om te gaan wandelen dat ik mijn sportkleren aantrok en naar buiten ging. Ik wandelde op een stevig tempo 5 km. Hoe trots was ik op mezelf toen ik thuis kwam. Het voelde zo goed! Maar dan ging ik was vouwen, soep maken, telefoontjes doen, blogs schrijven. Ik voelde hoe hoofdpijn kwam opzetten en moeilijk weer weg ging. Waarop ik mezelf verplichte om twee uur in de zetel te gaan zitten en te lezen. Rust, dat had ik nodig. Want ik weet dat ik na een veel te drukke dag nog altijd een weerslag kan krijgen de volgende dag. Dat betekent: huilbuien, hoofdpijn of spierpijn.

Hoe het dus ècht met me gaat? Met ups en downs. Ik moet nog steeds doseren, mezelf goed aanvoelen en op tijd op de rem trappen. Maar het gaat vooruit. Ik kan al meer dan vorige maand. Elke dag leer ik weer bij. Over mezelf en over zorgen voor mezelf. Het geeft hoop. Hoop voor de toekomst.

Ik ben mezelf opnieuw aan het uitvinden en ben benieuwd wie ik zal worden. Maar zoals elke transformatie vereist de mijne ook de nodige rust.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *